Nationaal Slavernijmuseum in de maak

De ATANA soos op 14 juni was weer als vanouds. Een paar inspirerende sprekers, een goed gesprek, een fantastische moderator en vooral een functionele borrel waarin flink werd bijgepraat.

Het gesprek van de avond werd gevoerd met Peggy Brandon, John Leerdam, Iris van Santen en Wouter Neuhaus over het te ontwikkelen museum voor het Nederlandse slavernijverleden. Iris beschreef hoe de trauma’s van haar voorvaderen letterlijk in haar lichaam voelbaar werden. Wouter vertelde de geschiedenis van zijn familie die vanuit West-Afrika als arbeiders naar Indonesië werden getransporteerd. Peggy en John vertelden over hun ervaringen als kwartiermaker van het nieuwe museum en over hoe ze élke dag nog leren van de gesprekken die zij hier en overzee voeren.

Peggy beschrijft hoe ze als kwartiermakers vooral de verbinding zoeken: “De transatlantische slavernij is niet beperkt tot de zes eilanden in de Cariben en Suriname. Het gaat ook over Zuid-Afrika, New-York, de Indische oceaan, in totaal gaat het om wel meer dan 40 plekken waar Nederland actief was. En dat maakt dat het museum een plek moet worden waarin ál die verhalen thuis horen. Kolonisten kwamen plekken waar al mensen woonden, daar begint het al. De inheemse bevolking, de contractarbeiders en vele andere groepen, ze horen thuis in dit museum.”

John vertelde onder andere over de rol van de kerk in het koloniale verleden. “Vanaf 2013 heb ik gesprekken gevoerd met de kerken, ze hielden lange tijd de boot af. Maar het feit dat de kerken nu zelf ook het gesprek aangaan met ons en elkaar over het slavernijverleden, laat zien dat het tijd nodig heeft.” Als het gaat om de vraag wanneer het museum geslaagd is, houdt Wouter het kort maar krachtig: “Het is een succes als onze verhalen, gezien, gehoord en gevoeld worden.” Iris vult aan: “Dat hoop ik ook en tegelijkertijd is het mijn angst dat sommige verhalen toch geen plek krijgen, want je kunt nu eenmaal niet alles.”

Als afsluiting van het gesprek was er het ATANA Staatsieportret 2023. Voor Rob. Hij heeft de foto’s nog gezien de volgende ochtend, de dag dat hij overleed…